Gatos

IN MEMORIAM

26 mei 2014 – 28  februari 2019

 

Een kattenleven in 73 foto’s en 5 filmpjes


Zoals je stapte op de houten vloer, met je vier poten. Gewoon sluipen als een kat deed je wel buiten. In huis was je luid en duidelijk aanwezig.

Je je oprolde op het yoga-kussentje. Met dat grote lijf. Het paste, nauwelijks.

Mee ging naar buiten, voor. Als ik de tuin deed. Ik je riep, hé, naar binnen. En je liep naar binnen.

Hoe je uren lang kon liggen tussen de daken in de goot van de schuren.

Naar buiten wilde via de keukendeur, maar: regen. Dan maar de woonkamerdeur. Dáár is vast geen regen. Helaas. Ook daar regen.

Als je aan het eten was en begon te schrokken. Zei ik: kauwen! En je ging op de brokjes kauwen.

Wilde je naar buiten, ik zei nee. En je met kat-geluidjes morrend naar je vensterbank ging.

 

En zo stond je al bij de achterdeur van de buurvrouw, nadat ik een fles wijn en een glas gepakt had. Op bezoek bij de buurvrouw! En dat je daar op de stoel ging slapen.

Eens per week moest je ineens op schoot. Vaak op donderdag om 14.30 uur (!). Een 10 minuten moest je dan geaaid.

In al die jaren ben je twee keer op het aanrecht geweest. Ik heb je twee keer gezegd: nee.

Een boterham kaas kon ik rustig op tafel laten liggen terwijl je ernaast lag. Je kwam er niet aan.

 

Bouwvakkers in huis. Je was de tuin in. Bouwvakkers in huis daar kon je niet tegen.

Springen op de vensterbank in de computerkamer, je moest altijd geholpen worden. De vensterbank beneden ‘nam’ je door via de bank te gaan.

Na het avondeten rond 17 uur ging je de gang in en bij de voordeur zitten.

Je haatte vuurwerk, en doordat ik keihard muziek draaide tijdens vuurwerk viel je gewoon in slaap.

 


Je accepteerde veel, heel veel. Zonder te onderzoeken. Het was zoals het was.

Zo was het katteluikje weg door een een nieuwe deur. Dus in de nacht niet meer naar buiten. In een dag was je er aan gewend. Om 9 uur naar buiten, en na 23 uur binnen. Zonder klagen.

Schuilen voor de regen, in het raam van de schuur, of in die bij de buurvrouw, of onder de bank buiten.

Al was regen je ding niet, drijfnat kwam je vaak binnen. En had je er geen last van. Fijn dat ik je mocht afdrogen met een handdoek.

 


Een vaste slaapplek had je niet. De vensterbank, het yogakussentje, de tafel (languit), zelden op bed. En alleen op de bank als ik er lag.

Als de tv aanstond en je wilde er langs wilde je het liefst achter de tv langs. 

De zomer van 2018, heet. En je bleef maar buiten in de hitte.

Waterbakjes was je ding niet. Het liefst dronk je water uit de tuin-gieter, of uit een hoge vaas.

Nagels knippen? Je verzorgde ze zelf door ze af te bijten.

Bijten, heb je nooit gedaan. In het speelse pakte je me vast, tanden in mijn hand. Zonder door te bijten of me te verwonden. 

Een aantal mensen uit de buurt mochten je graag. En jij hun. Ik kreeg vaak te horen wat een schatje je was.